De Uiterwaardensessie (en andere vormen van wandelen in groepen) 

09-10-2018

Afgelopen week ben ik flink aan de wandel geweest, in diverse én verschillende groepen.  Grotendeels was ik werkend aan het wandelen, of wandelend aan het werken. In sommige wandelingen kwam ook onbedoeld werk langs. Heb ik wel vaker, dat werk en privé en leuke dingen en nuttige dingen zich met elkaar vermengen. Ben ik wel heel blij mee.

 

Graag licht ik voor deze column er 3 wandelingen uit. Een Uiterwaardensessie met collega’s van de BVMP (Beroepsvereniging voor Medezeggenschapsprofessionals), een maanlichtwandeling met een ondernemingsraad en een afsluitende wandeling van een 20-weekse challenge.

 

De Uiterwaardensessie ga ik steeds meer als actieve tegenhanger van de veelal als vrij suf ervaren Heisessie ervaren. Misschien wel wat negatief gedacht, maar veel heisessies zijn tegenwoordig ‘gewone’ vergaderdagen op een ‘externe locatie’ en vaak met een externe deskundige erbij. Een dag brainstormen, overleggen, vergaderen, resultaten verzamelen en de volgende dag weer business as usual.  De actieve betrokkenheid van de deelnemers is wisselend, hangt veelal van rol en plek in de groep én eigen karakter af. Het aandeel zuivere spreektijd per uur neemt snel af als het aantal deelnemers toeneemt. Met z’n tweeën heb je bijvoorbeeld een half uur spreektijd per uur, met z’n tienen is dat al afgenomen tot 6 minuten. Dat houdt meteen in 54 minuten luistertijd. Actief luisteren is natuurlijk ook wel betrokkenheid, maar het blijkt (uit diverse vraaggesprekjes die ik de laatste tijd hierover heb gevoerd) dat er in die 54 minuten een aanzienlijk deel wordt opgeëist door andere gedachten: “Wanneer kan ik nu eens iets toevoegen? Maar dat vind ik echt niet, maar ik durf dat niet echt te zeggen. O, ja, zij weer, altijd het hoogste woord. Wanneer is er nu eens een pauze, ik moet naar de WC en ik wil eigenlijk ook wel roken…..”

 

In Uiterwaardensessies, een term die ik graag gemeengoed zie worden, is dat anders. Het zijn actieve teambijeenkomsten, écht buiten, maar niet vallend onder de meer traditionele outdooractiviteiten, horende bij bijvoorbeeld teambuilding. Het gaat om samen praten, reflecteren en (be)denken. Het zijn wandelingen, liefst over onverharde wegen en door weilanden, waarin teamleden 2 aan 2 met elkaar een vraag behandelen, af en toe plenair bespreken en dan weer verder gaan, bij voorkeur met een andere gesprekspartner. De spreektijd neemt hierbij per persoon behoorlijk toe, maar ook de tijd om echt te luisteren, om even met elkaar af te dwalen, om toevalligheden uit de omgeving ook een plek te geven. Daarbij is gebleken dat wandelen het brein op een andere manier laat werken (zie hiervoor diverse publicaties van breinprofessor Erik Scherder), zodat een Uiterwaardensessie een heel bijzondere invulling kan geven van de teamtijd, vooral als het gaat om minder kennisgerichte, maar meer toekomstgerichte plannen als ‘waar willen we over 3 jaar staan als team’. Was mooi om dit ook in de praktijk te brengen met mijn collega’s, een heel toevallig team op dat moment.

 

Een andere wandeling was door het Friese platteland, in het licht van de volle maan, samen met een nieuwe ondernemingsraad van een fusieorganisatie, na afloop van het diner van de 1e dag. Ontspanning, niet direct gericht op de inhoud, maar wel op elkaar leren kennen én op ontspanning. Een echt spookverhaal kwam helaas niet los, maar creatieve aanzetten wel degelijk. Verhalen uit het persoonlijke leven, uit de organisatie, uit het gebied, het kwam allemaal langs. Sommige wandelaars spraken weinig, anderen meer, maar allemaal met elkaar.

 

De laatste wandeling waar ik je graag even in mee wil nemen is die van de Nationale Diabetes Challenge, afgelopen zaterdag vanuit het Olympisch Stadion in Amsterdam. Twintig weken geleden is een groep uit mijn dorp aan de slag gegaan om aan hun gezondheid te gaan werken, door elke dinsdag een uur te gaan wandelen. Het zijn allemaal mensen die op de een of andere wijze niet gezond zijn, grotendeels last hebben van diabetes. Velen hadden ernstig overgewicht en weinig conditie. Ik mocht regelmatig met deze groep meelopen, als begeleider, als coach. Zo voelde dat echter nauwelijks, ik liep vooral mee. Het is wonderbaarlijk hoe ruim 20 individuen zonder veel overeenkomsten in zo’n 20 weken een groep is geworden, door elke week met elkaar aan de wandel te gaan. Gesprekken over koetjes en kalfjes en ingrijpende levensgebeurtenissen kwamen moeiteloos aan de orde. Elke maand zag je de conditie vooruit gaan. Individueel waren er grote stappen vooruit in gezondheid. Samen in de bus, naar Amsterdam, aankomen in een stadion met een kleine 4000 andere challengers: het was voor mij een heel waardevolle wandeling, die in plaats van de geplande 5 ineens 9,7 kilometer werd, door een paar verhangen bordjes. Mooi om te zien hoe een ieder zijn eigen weg vond in alle drukte. Mooi om te zien hoe er op elkaar werd gelet, zodat we gezamenlijk binnen zouden komen. Mooi om te zien hoe een ieder trots was op de geleverde prestatie: niet die ene wandeling van 5 of 10 of 20 kilometer, maar de gezamenlijke prestatie van 20 weken werken naar een doel. En ook de thuisblijvers waren trots.

 

Dat is wat wandelen kan doen. Dat is wat je als groep, als team kan bereiken.

 

Deze column is gepubliceerd op ORnet.nl op 1 oktober 2018

vorig berichtNaar bovenTerug naar overzicht